VGCt-Kids-Pleinvrees-1920x500

Cognitieve gedragstherapie bij agorafobie (pleinvrees)

Agorafobie (pleinvrees)

VGCt-Kids-Pleinvrees-400x200

Kinderen met agorafobie zijn bang voor bepaalde plekken, vaak plekken waar het druk is of plekken waar ze niet gemakkelijk weg kunnen komen. Denk aan drukke winkels, de bioscoop of de bus. Een kind is dan bang om alleen, zonder een vertrouwd persoon, op die plek te zijn, omdat het denkt dat het niet weg kan komen, dat er moeilijk hulp kan komen of omdat het bang is dat het gênante symptomen zal krijgen. Soms is je kind zo bang dat het niet alleen het huis uit durft. Agorafobie wordt ook wel straatvrees of pleinvrees genoemd, maar het hoeft dus niet om straten of pleinen te gaan. Agorafobie kan samen gaan met een paniekstoornis.

Hoe herken je agorafobie bij je kind?

Je kind:

  • is bang voor drukke plaatsen
  • is bang voor plekken waar het niet weg kan komen
  • wil niet alleen zijn of het huis uit

in situaties die angst oproepen is je kind:

  • kortademig
  • zweterig
  • gespannen
  • duizelig
Hoe ontstaat agorafobie?

Zoals bij de meeste psychische klachten is er geen specifieke oorzaak voor aan te wijzen. Als er in jouw familie agorafobie voorkomt, is de kans groter dat je kind dat ook ontwikkelt. Er is dan ook sprake van familiare aanleg. Agorafobie begint soms na een schokkende gebeurtenis, bijvoorbeeld bij het overlijden van een familielid of na een scheiding.

De angst zorgt ervoor dat je kind de situatie waarvoor het bang is, uit de weg gaat. Dat heet vermijding. Je kind gaat bijvoorbeeld niet meer naar de bioscoop. Dat is een begrijpelijke reactie. Want het geeft op korte termijn ontspanning en rust. Maar op de lange termijn is dit vermijdingsgedrag schadelijk. Het zorgt er namelijk voor dat de angst blijft bestaan en zelfs kan toenemen. Je kind krijgt namelijk geen kans om te ontdekken dat niet gebeurt waarvoor het bang is.

Bij het ontstaan en blijven bestaan van angst zijn ook gedachten belangrijk. Angst zorgt er namelijk voor dat je kind het gevaar groter inschat dan dit echt is. Je kind denkt bijvoorbeeld dat het in een vliegtuig niet geholpen kan worden als het zich niet goed voelt. Terwijl dat niet logisch is.

Ongeveer twee op de honderd jongeren heeft agorafobie. Bij kinderen komt het nauwelijks voor.

Wanneer heeft je kind hulp nodig?

Durft je kind de straat niet meer op? Vermijdt het drukke plekken? Dan heeft je kind mogelijk agorafobie. Je kind heeft hulp nodig als de angst zijn of haar normale, dagelijkse bezigheden belemmeren. Zoals naar school gaan, afspreken of sporten.

Twijfel je of je kind hulp nodig heeft? Bespreek het met je huisarts.

Cognitieve gedragstherapie werkt goed

Cognitieve gedragstherapie (cgt) is een goede behandeling bij angst. Uit onderzoek blijkt dat cgt effectief is bij angststoornissen. Daarom is cgt de eerste keus in de officiële richtlijnen voor de behandeling van angstklachten.

Ongeveer drie op de vijf kinderen met angst hebben baat bij cgt. Dit verschilt per angststoornis. Wanneer de behandeling niet voldoende aanslaat, wordt dit soms ondersteund met medicatie.

Wil je zeker zijn van een goede cgt-behandeling? Ga dan naar een behandelaar die ingeschreven is bij de VGCt. Dan krijg je een therapeut die goed opgeleid en nageschoold is. Vind een cognitief gedragstherapeut VGCt®.

Hoe gaat cgt bij agorafobie?

Het gedrag en de gedachten van je kind houden de angst in stand. Tijdens de therapie gaat je kind actief werken aan het veranderen daarvan. Ook belangrijk bij cgt is dat je leert door dingen te ervaren. Dat alles gebeurt stap voor stap. De therapeut is de angst- en cgt-expert. Je kind is de expert over zichzelf. Cgt is dan ook een actieve samenwerking tussen beiden. Soms is het nodig dat je als ouder aansluit bij de behandeling van je kind. De therapeut zal dit dan met je bespreken.

Samen met de therapeut gaat je kind oefeningen doen met de situatie die het spannend vindt. Dit heet exposure. Stel dat je kind bang is voor drukke winkels. Dan gaat je kind daar oefenen. De therapeut ondersteunt je kind bij het voorbereiden en uitvoeren van de oefeningen. Samen met de therapeut kijkt je kind steeds welke stap het aandurft en wat je kind daarbij nodig heeft. Hierdoor leert je kind dat zo’n situatie niet zo vreselijk is als het dacht. Hoe vaker je kind oefent, hoe meer de angst afneemt.

Daarnaast gaat je kind aan de slag met de manier van denken die hoort bij agorafobie. Zijn de gedachten reëel? Is er echt reden voor angst als je kind in de bioscoop zit? Met de therapeut onderzoekt je kind welke gedachten niet kloppen. Daarna gaat je kind deze gedachten zo nodig wijzigen.

Je kind gaat tijdens cgt dus samen actief aan de slag met zijn of haar gedrag en gedachten. Daardoor doorbreekt het de negatieve spiraal van gedachten, gevoelens en gedrag. Bedenk wel dat het moed vergt om datgene weer te gaan doen dat je kind het liefst vermijdt. Soms neemt daarom de angst in het begin toe. Maar je zult merken dat die angst langzaam afneemt na een aantal sessies.

De therapie duurt meestal 12 tot 16 wekelijkse sessies. Hoeveel cgt er precies nodig is, hangt af van de ernst van de klachten. Ook gaat je kind in het dagelijkse leven oefenen. De belangrijkste verandering vindt buiten de spreekkamer plaats.

 

Vind een cognitief gedragstherapeut VGCt®