VGCt-Kids-Dwang-1920x500

Cognitieve gedragstherapie bij dwang

Dwang

VGCt-Kids-Dwang-400x200

Veel kinderen doen dingen graag op een bepaalde manier. Ze willen bijvoorbeeld altijd op dezelfde plek zitten, of moeten alles tellen. Dit hoeft geen dwangstoornis te zijn. Pas als een kind er echt niet mee kan stoppen en het daardoor niet meer toekomt aan gewone dingen noemen we het een dwangstoornis.

Wat gebeurt er?

Bij een dwangstoornis heeft je kind je last van handelingen of rituelen die hij of zijn eigenlijk helemaal niet wil doen. Je kind denkt dat hij of zij die handelingen moet uitvoeren, omdat er anders iets verschrikkelijks zal gebeuren, zoals een ongeluk, ziekte of dood. Deze handelingen of rituelen noemen we dwanghandelingen of compulsies. Sommige kinderen hebben die rituelen, omdat ze het gevoel hebben dat het moet, zonder gedachtes aan rampen.

Er zijn ook kinderen die vooral last hebben van steeds terugkerende gedachten of beelden die ze helemaal niet willen hebben. Dit zijn dwanggedachten of obsessies. Om die obsessies te stoppen voelt het kind zich soms gedwongen om dwanghandelingen uit te voeren. Die handelingen zijn bedoeld om de angst te laten verdwijnen. Ze worden ook wel compulsies genoemd. Er zijn veel verschillende soorten dwanggedachtes en dwanghandelingen. Controledwang (voortdurend controleren of de deur op slot zit bijvoorbeeld) en smetvrees (vaak en lang handen wassen om ziek worden te voorkomen) komen veel voor. Maar je kind kan ook obsessies hebben over andere dingen of de dingen steeds op dezelfde manier moeten doen.

Een dwangstoornis heet ook wel een obsessief-compulsieve stoornis.

Hoe herken je dwang bij je kind?

Je kind:

  • doet allerlei overbodige handelingen
  • klaagt vaak over nare gedachten
  • klaagt vaak over een stemmetje in het hoofd
Hoe ontstaat een dwangstoornis bij kinderen?

Zoals bij de meeste psychische stoornissen is er geen specifieke oorzaak voor een dwangstoornis aan te wijzen. Als er in de familie dwangstoornissen voorkomen, is de kans groter dat je kind dat ook ontwikkelt. Dwangstoornissen zijn dan ook deels familiair aangelegd.

De dwanghandelingen zorgen op de korte termijn voor ontspanning en rust. Maar op de lange termijn is dit gedrag schadelijk. Het zorgt er namelijk voor dat de dwanghandelingen en gedachten blijven bestaan en zelfs kunnen toenemen. Een dwangstoornis kan na verloop van tijd een grote, negatieve invloed hebben op het leven van het kind; de dwangrituelen en de dwanggedachten kosten zoveel tijd en energie dat er voor andere activiteiten, soms ook school, geen tijd meer is. In de meeste gevallen gaat een dwangstoornis niet vanzelf over.

Eén a twee op de honderd kinderen krijgt ooit een dwangstoornis. Vaak schamen ze zich voor hun problemen en zijn ze bang dat ze ‘gek’ zijn of gek worden.

Wanneer heeft je kind hulp nodig?

Moet je kind heel vaak iets doen van zichzelf wat eigenlijk niet nodig is? Bijvoorbeeld heel lang en heel vaak handen wassen, alles op een bepaalde manier neerleggen of overbodige vragen stellen? Dan heeft je kind mogelijk een dwangstoornis. Je kind heeft hulp nodig als zulke angsten of gedachten en rituele zijn of haar normale, dagelijkse bezigheden belemmeren. Zoals naar school gaan of sporten. Of als het leren niet meer goed gaat door de dwanghandelingen of obsessies.

Twijfel je of je kind hulp nodig heeft? Bespreek het met je huisarts.

Cognitieve gedragstherapie werkt goed

Cognitieve gedragstherapie (cgt) is een goede behandeling bij een dwangstoornis. Uit onderzoek blijkt dat meer dan de helft van de kinderen geen dwangstoornis meer heeft na behandeling. Bij 60 á 70 procent van de kinderen zijn de problemen aanzienlijk verminderd. Cgt is de eerste keus in de officiële richtlijnen voor de behandeling van angstklachten.

Wil je zeker zijn van een goede cgt-behandeling? Ga dan naar een behandelaar die ingeschreven is bij de VGCt. Dan krijg je een therapeut die goed opgeleid en nageschoold is. Vind een cognitief gedragstherapeut VGCt®.

Hoe gaat cgt bij dwang?

In de behandeling leert je kind te stoppen met de dwanghandelingen en beter om gaan met de dwanggedachten en angsten. De namen voor deze vormen van behandeling zijn exposure met responspreventie en cognitieve therapie.

Omdat een dwangstoornis zichzelf in stand houdt en er vaak steeds meer dwangrituelen nodig zijn om weer rustig te worden, is het stoppen met de dwangrituelen het belangrijkste in de behandeling. Meestal gaat dit - met hulp van de therapeut - stap voor stap, zodat het niet te moeilijk wordt. De akelige gedachten (of beelden) en angsten verdwijnen daarmee vaak vanzelf of het kind leert met cognitieve therapie daar beter mee om te gaan.

Eerst krijgt je kind uitleg over dwang. Zo wordt uitgelegd dat een dwanghandeling maar even helpt tegen angst. Daarna komt de angst weer terug. Een dwanghandeling is dus niet zo’n goede oplossing. In de therapie zal het kind betere oplossingen leren en het zal leren de dwanghandelingen te stoppen. Ook leert je kind dat het niet ‘gek’ is, maar dat het een probleem heeft dat vaker voorkomt. En dat behandeling goed helpt.

De therapeut is de angst- en cgt-expert. Je kind is de expert over zichzelf. Cgt is dan ook een actieve samenwerking tussen beiden. Als ouder(s) word je altijd betrokken bij de behandeling. Zeker bij jonge kinderen is hulp bij het stoppen met dwanghandelingen belangrijk.

Een behandeling duurt gemiddeld vier maanden, maar het kan veel langer zijn en ook korter. Hoeveel cgt er precies nodig is, hangt onder andere af van de ernst van de klachten. Als de behandeling niet of niet voldoende helpt, kunnen medicijnen voorgeschreven worden. Het is aan te raden altijd eerst te beginnen met cgt, zonder medicijnen, ook bij ernstige klachten.