VGCt-Kids-Paniek-1920x500

Cognitieve gedragstherapie bij paniek

400x200

Paniek

VGCt-Kids-Paniek-400x200

In paniek raken is normaal en zelfs een gezonde reactie in een (levens)gevaarlijke situatie. De paniek beschermt je door direct te handelen om het gevaar te voorkomen. Bijvoorbeeld door weg te springen als een hardrijdende auto plotseling nadert.
Maar bij een paniekstoornis krijgt je kind zonder dat er ‘echt’ gevaar is terugkerende paniekaanvallen. Dat zijn plotselinge, korte periodes van heftige angst, die binnen 10 minuten weer zakken Die angst is zo heftig dat je kind bang wordt om nogmaals zo’n aanval te krijgen.

Hoe herken je een paniekstoornis bij je kind?
  • hartkloppingen
  • benauwdheid
  • zweten
  • trillende handen
  • koude rillingen
  • verstijven
  • duizelig
  • misselijk
  • angst om dood te gaan
  • angst om de controle te verliezen
Hoe ontstaat een paniekstoornis?

Zoals bij de meeste psychische stoornissen is er geen specifieke oorzaak voor aan te wijzen. Als er in jouw familie paniekaanvallen voorkomen, is de kans groter dat je kind dat ook ontwikkelt. Er is dan ook sprake van familiare aanleg. Een paniekstoornis begint soms na een schokkende gebeurtenis, bijvoorbeeld bij het overlijden van een familielid of na een scheiding.

Als je kind een keer een paniekaanval heeft meegemaakt, gaat het meer letten op de signalen. Soms gaat je kind ook situatie vermijden die mogelijk leiden tot een paniekaanval. Dat noemen we vermijding. Dat is een begrijpelijke reactie. Want het geeft op korte termijn ontspanning en rust. Maar op de lange termijn is dit vermijdingsgedrag schadelijk. Het zorgt er namelijk voor dat de angst blijft bestaan en zelfs kan toenemen. Je kind krijgt namelijk geen kans om te ontdekken dat niet gebeurt waarvoor het bang is.

Bij het ontstaan en blijven bestaan van angst zijn ook gedachten belangrijk. Angst zorgt er namelijk voor dat je kind het gevaar groter inschat dan dit echt is. Je kind denkt bijvoorbeeld dat het dood gaat als het een paniekaanval zou krijgen. Terwijl dat niet logisch is.

Ongeveer twee op de honderd jongeren en volwassenen heeft een paniekstoornis. Bij kinderen komt dit nauwelijks voor.

Wanneer heeft je kind hulp nodig?

Heeft je kind last van hevige paniekaanvallen? Dan heeft je kind mogelijk een paniekstoornis. Je kind heeft hulp nodig als zulke angsten zijn of haar normale, dagelijkse bezigheden belemmeren. Zoals naar school gaan, afspreken of sporten.

Twijfel je of je kind hulp nodig heeft? Bespreek het met je huisarts.

Cognitieve gedragstherapie werkt goed

Cognitieve gedragstherapie (cgt) is een goede behandeling bij angst. Uit onderzoek blijkt dat cgt effectief is bij angststoornissen. Daarom is cgt de eerste keus in de officiële richtlijnen voor de behandeling van angstklachten.

Ongeveer drie op de vijf kinderen met angst hebben baat bij cgt. Dit verschilt per angststoornis. Wanneer de behandeling niet voldoende aanslaat, wordt dit soms ondersteund met medicatie.

Wil je zeker zijn van een goede cgt-behandeling? Ga dan naar een behandelaar die ingeschreven is bij de VGCt. Dan krijg je een therapeut die goed opgeleid en nageschoold is. Vind een cognitief gedragstherapeut VGCt®.

Hoe gaat cgt bij paniek/pleinvrees?

Het gedrag en de gedachten van je kind houden de angst in stand. Tijdens de therapie gaat je kind actief werken aan het veranderen daarvan. Ook belangrijk bij cgt is dat je leert door dingen te ervaren. Dat alles gebeurt stap voor stap. De therapeut is de angst- en cgt-expert. Je kind is de expert over zichzelf. Cgt is dan ook een actieve samenwerking tussen beiden. Soms is het nodig dat je als ouder aansluit bij de behandeling van je kind. De therapeut zal dit dan met je bespreken.

Eerst krijgt je kind uitleg over hoe je lichaam werkt bij angst. Daardoor leert je kind beter herkennen hoe zijn of haar lijf op paniek reageert. Daarna leert je kind door oefeningen dat deze gevoelens kunnen komen en gaan. En dat ze niet hoeven te leiden tot het gevaar dat het bang voor is.

Samen met de therapeut gaat je kind oefeningen doen met situaties die het spannend vindt. Dit heet exposure. Stel dat je kind bang is voor de duizeligheid. Dan gaat je kind juist oefenen met duizelig zijn. De therapeut ondersteunt je kind bij het voorbereiden en uitvoeren van de oefeningen. Samen met de therapeut kijkt je kind steeds welke stap het aandurft en wat je kind daarbij nodig heeft. Hierdoor leert je kind dat zo’n situatie niet zo vreselijk is als het dacht. Hoe vaker je kind oefent, hoe meer de angst afneemt.

Daarnaast gaat je kind aan de slag met de manier van denken die hoort bij de paniekaanval. Zijn de gedachten reëel? Valt het ooit flauw? Met de therapeut onderzoekt je kind welke gedachten niet kloppen. Daarna gaat je kind deze gedachten zo nodig wijzigen.

Je kind gaat tijdens cgt dus samen actief aan de slag met zijn of haar gedrag en gedachten. Daardoor doorbreekt het de negatieve spiraal van gedachten, gevoelens en gedrag. Bedenk wel dat het moed vergt om datgene weer te gaan doen dat je kind het liefst vermijdt. Soms neemt daarom de paniek in het begin toe. Maar je zult merken dat die angst langzaam afneemt na een aantal sessies.

De therapie duurt meestal 12 tot 16 wekelijkse sessies. Hoeveel cgt er precies nodig is, hangt af van de ernst van de klachten. Ook gaat je kind in het dagelijkse leven oefenen. De belangrijkste verandering vindt buiten de spreekkamer plaats.

Vind een cognitief gedragstherapeut VGCt®