VGCt-Kids-Piekeren-1920x500

Cognitieve gedragstherapie bij piekeren

400x200

Piekeren

VGCt-Kids-Piekeren-400x200

Kinderen met een piekerstoornis zijn doorgaans langer dan 6 maanden erg bezorgd, piekeren erg veel en hebben moeite dat piekeren onder de controle te houden. Vaak gaat het over gewone dingen, zoals ziek zijn, onvoldoendes halen, of niet aardig gevonden worden, maar het kan ook gaan over het milieu, het journaal en andere zaken. De zorgen over alledaagse dingen zijn vaak niet nodig, maar kinderen met een piekerstoornis kunnen ze niet tegenhouden. Omdat het piekeren vaak over meerdere dingen gaat, zeggen we dat de angst ‘gegeneraliseerd’ is. Daarom wordt een piekerstoornis een gegeneraliseerde angststoornis genoemd.

Hoe ontstaat een piekerstoornis bij kinderen?

Zoals bij de meeste psychische klachten is er geen specifieke oorzaak voor aan te wijzen. Als er in de familie veel gepiekerd wordt, is de kans groter dat je kind dat ook gaat doen. Er is dus sprake van een familiaire aanleg.

De angsten zorgen ervoor dat je kind situaties uit de weg gaat. Dat heet vermijding en het is een begrijpelijke reactie. Want het geeft op korte termijn ontspanning en rust. Maar op de lange termijn is dit vermijdingsgedrag schadelijk. Het zorgt er namelijk voor dat de angst blijft bestaan en zelfs kan toenemen. Je kind krijgt namelijk geen kans om te ontdekken dat niet gebeurt waarvoor het bang is. Bijvoorbeeld dat er niets naars gebeurt wanneer het een toets moet maken. Of je kind heeft door het piekeren moeite met inslapen en komt daardoor heel vaak uit bed om om geruststelling te vragen. Die geruststelling kan op korte termijn even angstverminderend werken. Op de lange termijn zorgt het er alleen voor dat je kind steeds meer geruststelling nodig heeft en niet meer alleen durft in te slapen.

Bij het ontstaan en blijven bestaan van angst zijn gedachten belangrijk. Angst zorgt er namelijk voor dat je kind het gevaar groter inschat dan dit echt is. Je kind denkt bijvoorbeeld dat anderen hem zullen uitlachen, terwijl de kans daarop maar heel klein is. Daardoor zal je kind ook sneller contact met anderen uit de weg gaan. Dat is jammer, want zo merkt het niet dat het vaak helemaal niet wordt uitgelachen. Je kind kan zo in een negatieve spiraal terechtkomen. Hierdoor blijft de angst bestaan. Uiteindelijk kan die angst zo erg worden dat er een piekerstoornis ontstaat.

Angststoornissen komen vrij veel voor. Eén op de vijf kinderen krijgt er ooit mee te maken. Met name oudere kinderen kunnen last krijgen van een piekerstoornis.

Wanneer heeft je kind hulp nodig?

Piekert je kind vaak over van alles? Meer dan nodig is? Je kind heeft hulp nodig als het piekeren zijn of haar normale, dagelijkse bezigheden belemmert. Zoals op tijd inslapen, zich erg druk maken over prestaties op school, gezondheid van familieleden of contacten met vriendjes. Of als het leren niet meer goed gaat door het piekeren.

Twijfel je of je kind hulp nodig heeft? Bespreek het met je huisarts.

Cognitieve gedragstherapie werkt goed

Cognitieve gedragstherapie (cgt) is een goede behandeling bij angst. Uit onderzoek blijkt dat cgt effectief is bij angststoornissen. Daarom is cgt de eerste keus in de officiële richtlijnen voor de behandeling van angstklachten.

Ongeveer drie op de vijf kinderen met angst hebben baat bij cgt. Dit verschilt per angststoornis. Wanneer de behandeling niet voldoende aanslaat, wordt dit soms ondersteund met medicatie.

Wil je zeker zijn van een goede cgt-behandeling? Ga dan naar een behandelaar die ingeschreven is bij de VGCt. Dan krijg je een therapeut die goed opgeleid en nageschoold is. Vind een cognitief gedragstherapeut VGCt®.

Hoe gaat cgt bij een piekerstoornis?

Het gedrag en de gedachten van je kind houden de angst in stand. Tijdens de therapie gaat je kind actief werken aan het veranderen daarvan. Ook belangrijk bij cgt is dat je leert door dingen te ervaren. Dat alles gebeurt stap voor stap. De therapeut is de angst- en cgt-expert. Je kind is de expert over zichzelf. Cgt is dan ook een actieve samenwerking tussen beiden. Soms is het nodig dat je als ouder aansluit bij de behandeling van je kind, met name met het maken van een stappenplan. De therapeut zal dit dan met je bespreken.

Samen met de therapeut gaat je kind oefeningen doen met de situaties die het spannend vindt. Dit heet exposure. Stel dat je kind bang is om jou alleen te laten, omdat het denkt dat jou iets overkomt. Gebeurt er echt iets wanneer hij/zij niet bij je is? Hierdoor leert je kind dat zo’n situatie niet zo vreselijk is als het dacht. Dat jou niets overkomt. Je kind merkt dus dat de vreselijke dingen die het had bedacht niet gebeuren. Hoe vaker je kind oefent, hoe meer de angst afneemt. Je kind krijgt tijdens de behandeling soms ook oefeningen voor ontspanning en ademhaling. Hierdoor krijgt het meer controle over de angstige gevoelens.

Daarnaast gaat je kind aan de slag met de manier van denken die hoort bij angst en zijn/haar piekergedachten. Zijn de gedachten reëel? En helpen ze je kind, of zorgen ze eigenlijk alleen maar voor meer piekeren? Met de therapeut onderzoekt je kind welke gedachten niet kloppen en welke gedachten niet helpen. Daarna gaat je kind deze gedachten zo nodig wijzigen.

Je kind gaat tijdens cgt dus samen actief aan de slag met zijn of haar gedrag en gedachten. Daardoor doorbreekt het de negatieve spiraal van gedachten, gevoelens en gedrag. Bedenk wel dat het moed vergt om datgene weer te gaan doen dat je het liefst vermijdt. Vaak neemt daarom de angst bij je kind in het begin toe. Maar je zult merken dat die angst langzaam afneemt na een aantal sessies.

De therapie duurt meestal 10 tot 16 wekelijkse sessies. Hoeveel cgt er precies nodig is, hangt af van de leeftijd van je kind en de ernst van de klachten. Ook gaat je kind in het dagelijkse leven oefenen. De belangrijkste verandering vindt buiten de spreekkamer plaats.

Vind een cognitief gedragstherapeut VGCt®