VGCt-Kids-Fobie-1920x500

Cognitieve gedragstherapie bij een specifieke fobie

400x200

Specifieke fobie

VGCt-Kids-Fobie-400x200

Alle kinderen zijn wel eens ergens bang voor. Die angst helpt je kind zich te beschermen door te waarschuwen voor gevaren. Maar als die angst erg groot wordt kan er sprake zijn van een specifieke fobie. Bij een specifieke fobie heeft je kind een heftige angst voor een specifieke situatie, gebeurtenis, voorwerp of dier. Bijvoorbeeld een angst voor spinnen of bloedprikken. Of hoogtevrees. Zelfs het denken aan datgene waar je kind bang voor is zorgt voor angstgevoelens.

Hoe herken je een specifieke fobie bij je kind?

Je kind:

  • is extreem bang voor (de gedachte aan) een specifieke situatie, gebeurtenis, voorwerp of dier
  • vermijdt waar hij of zij bang voor is
Hoe ontstaat een specifieke fobie bij kinderen?

Zoals bij de meeste psychische klachten is er vaak geen specifieke oorzaak voor aan te wijzen. Een specifieke fobie kan soms beginnen na een schokkende of ingrijpende gebeurtenis (zoals toenemende angst voor bloed of prikken na een medische ingreep of ziekenhuisopname). Of als je kind bijvoorbeeld is aangevallen door een hond, kan het extreem angstig worden voor honden. Maar ook het zien van iets spannends, of erover horen, kan leiden tot een specifieke fobie. Soms weet een kind niet waarom het angstig is geworden voor iets.

De angst zorgt ervoor dat je kind de situatie, het object of voorwerp waarvoor het bang is, uit de weg gaat. Dat heet vermijding en het is een begrijpelijke reactie. Want het geeft op korte termijn ontspanning en rust. Maar op de lange termijn is dit vermijdingsgedrag schadelijk. Het zorgt er namelijk voor dat de angst blijft bestaan en zelfs kan toenemen. Je kind krijgt namelijk geen kans om te ontdekken dat niet gebeurt waarvoor het bang is. Bijvoorbeeld dat er niets naars gebeurt wanneer er een hond langsloopt of het een spin ziet.

Bij het ontstaan en blijven bestaan van angst zijn gedachten belangrijk. Angst zorgt er namelijk voor dat je kind het gevaar groter inschat dan dit echt is. Bij een hond kan je kind bijvoorbeeld denken dat het dier zal bijten, terwijl de kans daarop maar heel klein is. Je kind kan zo in een negatieve spiraal terechtkomen. Hierdoor blijft de angst bestaan. Uiteindelijk kan die angst zo erg worden dat er een specifieke fobie ontstaat.

Angststoornissen komen vrij veel voor. Eén op de vijf kinderen krijgt er ooit mee te maken.

Wanneer heeft je kind hulp nodig?

Is je kind buitenproportioneel bang voor spinnen, prikken, bepaalde dieren of situaties? Heeft het hoogtevrees of is het bang voor bloed? Je kind heeft hulp nodig als de angsten zijn of haar normale, dagelijkse bezigheden belemmeren. Zoals niet meer naar school durven uit angst voor grote dieren onderweg, niet meer naar (tand)artscontroles willen, of niet mee op schoolreisje willen uit angst voor verklede mensen in een pretpark. Of als het leren niet meer goed gaat door de angst.

Twijfel je of je kind hulp nodig heeft? Bespreek het met je huisarts.

Cognitieve gedragstherapie werkt goed

Cognitieve gedragstherapie (cgt) is een goede behandeling bij angst. Uit onderzoek blijkt dat cgt effectief is bij angststoornissen. Daarom is cgt de eerste keus in de officiële richtlijnen voor de behandeling van angstklachten.

Ongeveer drie op de vijf kinderen met angst hebben baat bij cgt. Dit verschilt per angststoornis. Wanneer de behandeling niet voldoende aanslaat, wordt dit soms ondersteund met medicatie.

Wil je zeker zijn van een goede cgt-behandeling? Ga dan naar een behandelaar die ingeschreven is bij de VGCt. Dan krijg je een therapeut die goed opgeleid en nageschoold is. Vind een cognitief gedragstherapeut VGCt®.

Hoe gaat cgt bij een piekerstoornis?

Het gedrag en de gedachten van je kind houden de angst in stand. Tijdens de therapie gaat je kind actief werken aan het veranderen daarvan. Ook belangrijk bij cgt is dat je leert door dingen te ervaren. Dat alles gebeurt stap voor stap. De therapeut is de angst- en cgt-expert. Je kind is de expert over zichzelf. Cgt is dan ook een actieve samenwerking tussen beiden. Soms is het nodig dat je als ouder aansluit bij de behandeling van je kind. De therapeut zal dit dan met je bespreken.

Samen met de therapeut gaat je kind stapsgewijs oefeningen doen om geleidelijk aan om te gaan met juist die situatie die je spannend vindt. Dit heet exposure. Stel dat je kind bang is voor honden. Er wordt dan een lijst gemaakt van situaties die het kind spannend vindt. Die situaties worden dan op volgorde gezet: van situaties die een beetje spannend zijn tot situaties die heel spannend zijn. Met de therapeut gaat je kind oefenen met die situaties. Natuurlijk begint je kind eerst met de makkelijkere situaties. Bijvoorbeeld door te denken aan een hond of door een plaatje van een hond te bekijken. Als dat lukt zonder teveel spanning, gaat je kind oefenen met de moeilijkere situaties. Bijvoorbeeld door te kijken naar een echte hond. Geleidelijk aan nemen de stappen in moeilijkheid toe: je gaat dan bijvoorbeeld een hond aaien. Hierdoor leert je kind dat zo’n situatie niet zo vreselijk is als het dacht. Samen met de therapeut kijkt je kind steeds welke stap het aandurft en wat je kind daarbij nodig heeft. Hoe vaker je kind oefent, hoe meer de angst afneemt.

Daarnaast gaat je kind aan de slag met de manier van denken die hoort bij angst. Zijn de gedachten reëel? Hoe logisch is het bijvoorbeeld dat je geraakt wordt door de bliksem? Met de therapeut onderzoekt je kind welke gedachten niet kloppen. Daarna gaat je kind deze gedachten zo nodig wijzigen.

Je kind gaat tijdens cgt dus samen actief aan de slag met zijn of haar gedrag en gedachten. Daardoor doorbreekt het de negatieve spiraal van gedachten, gevoelens en gedrag. Bedenk wel dat het moed vergt om datgene weer te gaan doen dat je het liefst vermijdt. Vaak neemt daarom de angst bij je kind in het begin toe. Maar je zult merken dat die angst langzaam afneemt na een aantal sessies

De therapie duurt meestal 12 tot 16 wekelijkse sessies. Hoeveel cgt er precies nodig is, hangt af van de ernst van de klachten. Ook gaat je kind in het dagelijkse leven oefenen. De belangrijkste verandering vindt buiten de spreekkamer plaats.

Vind een cognitief gedragstherapeut VGCt®